Wedstrijd in 1994
voor het Casino Kursaal te Oostende

Last Updated 5 nov. 1997

Voorstel van Bob van Reeth

door Prof.Geert Bekaert
(uit ARCHIS nr. 6/94)



Ook bij Van Reeth gaat het in eerste instantie om het doordenken van een stedebouwkundige opgave en van een architectuurvorm die geen aandacht voor zichzelf vraagt, maar zich geheel in dienst stelt van het gebeuren. Ook hier dienen de gebouwen om een agora te definiëren op de rand van het land, de stad, en het water, de zee. Ook Van Reeth kiest voor glas en algehele transparantie.
Maar daar houdt de vergelijking op. In tegenstelling tot Foster die een afrondende bekroning aan de stad geeft, zet Van Reeth de architectuur in om de stad open te breken. Hij wil Oostende geen nieuw gebouw, maar een nieuwe dimensie geven. Hij wil niet charmeren, maar overtuigen. Die radicaliteit van het denken over de inzet van architectuur als vernieuwende impuls in een stedelijke dynamiek, kwam de laatste jaren in alle grote prijsvraagprojecten, waar Van Reeth bij betrokken was, tot uiting, in Zeebrugge, Kortrijk, Antwerpen. Als de architect nog een taak heeft, dan is het, volgens Van Reeth, in het formuleren van de nieuwe mogelijkheden van een actuele stedelijke cultuur en in het inzetten van de verbeelding om de verborgen werkelijkheid ervan vorm te geven. Met de woorden van Jan Christiaens, wil dit project een motor zijn om een nieuwe toekomst voor Oostende op gang te brengen. Hoewel het concept van Van Reeth veel verder is uitgewerkt dan dat van Foster, biedt het geen definitieve vorm aan, maar verschaft het een flexibel denkbeeld dat nieuwe condities schept voor de verdere ontwikkeling van de 'enige stad aan de Belgische kust.'

sir Norman Foster
Het project gaat uit van de lange rechte as, de Leopold II laan, waaraan ook het stadhuis van Bourgeois, het postgebouw van Eysselinck en het stadspark liggen, die de oude stad van de nieuwe scheidt, parallel aan de havengeul. Die as wordt doorgetrokken tot in de zee. Het bestaande profiel van de zeedijk, die nu op dat punt een knik vertoont, wordt drastisch gewijzigd. Het nieuwe gebouw, voor zover men nog van een gebouw kan spreken, wordt op nieuwgewonnen terrein gebouwd. De 6ne grijpbare figuur van het hele complex, die alles dicteert, is de promenade, niet langs de kust, maar dwars erop, een langgerekt overdekt plein, dat aan weerszijden aanleiding geeft tot en beschermd wordt door diverse volumes die de uiteenlopende functies herbergen. De toegangen tot deze functies liggen haast alle op het plein zelf. Even doet het project terugdenken aan het prachtige voorstel van Rem Koolhaas voor het stadhuis van Den Haag, waar ongeveer hetzelfde dilemma bestond als in Oostende.

sir Norman Foster
De gevolgen van deze ingreep zijn aanzienlijk. Er ontstaat een nieuw, prominent stadsfront dat de kustlijn gaat domineren. De onvermijdelijke toren is in niets te vergelijken met de Europatoren die plompverloren in de oude binnenstad werd neergepoot. Hier staat de toren op zijn plaats, zoals de vuurtoren op het oude staketsel aan de havengeul. De uitbouw in zee kan beschouwd worden als een aanzet voor de dijkverbeteringswerken die zich op die plaats opdringen. De hele aanpak straalt overigens het noodzakelijke karakter van civiele werken uit, meer dan architectonische elegantie. Daardoor ook distantieert hij zich van de willekeurige architectuur die het dijkfront tentoonspreidt.

sir Norman Foster
De reacties die dit ontwerp oproept zijn dan ook meer dan het afwijzen van een architectuurvorm. Ze verzetten zich tegen de uitgangspunten die aan het project ten grondslag liggen en weigeren elke aantasting van het bestaande beeld en elke nieuwe ontwikkeling, hoe noodzakelijk die ook moge zijn om de problemen van de actuele stad op te lossen, om de stad een nieuw geloof en een nieuwe dynamiek te verschaffen. Niet voor niets heeft Bob van Reeth Hugo Clans uitgenodigd om voor zijn promenade poëtische teksten op het glas te schrijven, een uitnodiging waarop Clans 'met het grootste genoegen' is ingegaan. 'Uiteraard', schrijft Clans, 'geen pompeuze, hermetische poëzie, maar toegankelijke verzen die verwijzen naar wat de mensen bezighoudt, droom, hartstocht, verlangen, opstand, noem maar op, universele gevoelens die je steeds terugvindt in de onderscheiden talen'.

Prof. Geert Bekaert
(uit ARCHIS nr. 6/94)