Computer Assisted Arts Association
Last Updated 1 april 1999

C3A Wijzer Artikel
The C3A Magazine
Whats New
C3A Wijzer Artikel 81a
Jaargang 8 - nr.1 - okt./nov./dec. 1997


Inhoud C3A Wijzer 8/1
[C3A-Wijzer 8/1]

C3A-Wijzer verschijnt 4x per jaar.
C3A-Wijzer wordt gratis verspreid onder alle C3A-Userclubleden
en andere geïnteresseerde informatica-gebruikers.

Ontvangt u C3A-Wijzer nog niet ?

Stuur een E-Mail naar CAAA vzw met uw adresgegevens, en vraag naar ons tijdschrift C3A-Wijzer.


Layer-technieken in C3ACAD r14.1
Een steeds belangrijker aspect bij het aanmaken en beheren van CAD-tekeningen is de structuur van de layers. Vooral indien meerdere personen aan dezelfde tekening moeten werken, of indien tekeningen uitgewisseld worden tussen diverse partners in het bouwproces (bijv. tussen architect-ontwerper, tekenburo, technisch studieburo, aannemer, enz.) blijkt een duidelijke afspraak omtrent de te gebruiken layernamen noodzakelijk te zijn.

Sedert onze C3A-Extensies r13.3 (april '96) zijn alle layer-benamingen conform het AEC-Solution Centre SfB-Afsprakenstelsel vooringesteld. Een belangrijk stel extra tools, uitgebreid en geoptimaliseerd met onze laatste versie C3ACAD r14.1, betreffen mechanismen om de Layer-structuren beter te besturen en te manipuleren. Zo blijken commando's om Layernamen conform de SfB-structuur te besturen en automatisch in verschillende tekeningen te herbenoemen, wenselijk voor doorbraak van dezelfde layerstructuur bij alle gebruikers.


BB/SfB-klasseersysteem
BB/SfB, de officiële versie voor België van dit internationaal erkende klasseersysteem voor de bouw, is het vertrekpunt geweest voor de organisatie van onze layernamen. Dit BB/SfB systeem is een coderingssysteem, specifiek voor de bouwsector, dat zich leent tot enorm veel toepassingen. Het laat toe om allerlei aspecten te ordenen, zoals projectinformatie, tekeningen, lastenboeken, bouwdocumentatie, enz. Ook voor het ordenen van symbolenbibliotheken in AutoCAD en voor het structureren van de layers in een bouwtekening blijkt SfB een handige kapstok te zijn.

Streven naar een structurering van onze AutoCAD-tekeningen gebaseerd op deze SfB-klassering biedt tal van voordelen : vlotte communicatie tussen verschillende bouwdisciplines (zelfs over de grenzen heen, ook tussen verschillende softwarepakketten), en eveneens een zinvolle voorbereiding naar het extraheren van meetgegevens uit een tekening.

Een volledige SfB-code kan bestaan uit 4 deelcodes, die bestaan uit letters en/of cijfers. De eerste drie codes verwijzen naar fysische zaken, zoals functionele gebouwdelen, materialen e.d. Een vierde code verwijst naar aspecten van deze fysische entiteiten, zoals gebruiksaspecten en berekeningsmethoden.

Eigenlijk gebruiken wij slechts een deelaspect van het SfB-systeem, namelijk de bouwelemententabel. Daarbij vervult elk element een specifiek geheel van functies in het gebouw. Het geheel wordt opgedeeld in groepen, waaronder de bodem en onderbouw (1-), de bovenbouw (2- tot 4-), de technische uitrusting (5- tot 6-), de inrichting (7- tot 8-) en de elementen buiten het gebouw (9-). Het cijfer (0-) blijft aldus over voor projectinformatie.

C3A-Layernamen
Om tot een duidelijke werkorganisatie te komen werd een layerstructuur uitgewerkt conform enkele basisprincipes :

layernaam : X***_STRING

De discipline-voorletter is gekozen in functie van het algemeen gebruik van deze voorletters (zoals ook in Engeland en Nederland gebruikelijk is), is onafhankelijk van SfB, en heeft tot doel aan te geven wie die gegevens ingebracht heeft en er ook manipulatie-prioriteiten toe heeft. Zo wordt de letter "A" voor de discipline Architectuur gebruikt, de letter "C" voor Civiele bouwkunde, en "S" voor stabiliteit, "E" voor Elektriciteits voorziening, "F" voor Facility Management, "H" voor HVAC, "I" voor Interieurontwerpers, "L" voor landschapsontwerpers, terwijl "W" voor aannemers bedoeld is.

De drie sterretjes worden ingevuld met minstens één, eventueel twee of drie cijfers conform de bouwelementen-tabel, waarbij een niet gebruikte code als min-teken ingevuld wordt.

De aanvullende "STRING" in de layernaam is o.a. bedoeld om de layernaam beter leesbaar te houden voor de gebruiker. Deze verduidelijking van de SfB-codering kan gebruikers de code beter leren kennen, en kan aanvullende informatie bieden omtrent de bedoeling van de layer.

Gebruiksprincipes
Elke gebruiker dient voor zijn toepassing een aantal afspraken te maken over het gebruik van de code, onder andere met betrekking tot de graad van detaillering, de prioriteit van aspecten, en het voorbehouden van (nog) niet-gebruikte codes. Iedereen dient in functie van zijn behoefte te beslissen tot op welk niveau van detaillering hij gaat specifiëren. Er dient een evenwicht gezocht te worden tussen de "precieze beschrijving" en "gebruiksgemak".

De aanvullende beschrijving in de layernaam kan eventueel slechts een deel van de BB/SfB-omschrijving omvatten. Bijv.: enkel de term "TRAPPEN" wordt gebruikt, alhoewel "hellingen" ook in deze rubriek (op dezelfde layer) kunnen zitten. Soms kan een rubriek verder opgesplitst worden. Bijv. "VLOEREN" kan worden opgesplitst in "VLOEREN in beton" en "VLOEREN in timmerwerk". Soms kan zowel een algemene als een gedetailleerde omschrijving voorkomen : zowel een rubriek "BINNENWAND" als een rubriek "BINNENWAND Brandwerend" zou kunnen bestaan.

Deze soepelheid is niet bedoeld als een ongedefiniëerdheid van het systeem, maar eerder bedoeld om het systeem bruikbaar te houden. Om conform de SfB-codering te blijven, moet men er wel voor zorgen dat de code overeenstemt met de omschrijving, en dat beide overeenstemmen met de inhoud. Het kan bijvoorbeeld niet dat de badkamertoestellen op de layer A73-_KEUKEN geplaatst worden.

De behoefte van de gebruiker kan bepalen hoe gedetailleerd de layer-specificatie wordt doorgevoerd. Een architect die een elektriciteits-voorstudie maakt, kan bijv. alle elektriciteits-voorzieningen op de layer "A6--_ELEK" tekenen, terwijl de elektrieker bij zijn tekeningen verschillende layers zal gebruiken om de contactdozen, lichtvoorziening, alarminstallatie e.d. gemakkelijk te kunnen onderscheiden van elkaar en apart bewerkbaar te maken. Niet enkel voor manipulaties op het scherm, maar ook voor de uiteindelijke print is dit uiterst interessant.

C3A Layer Variabelen
Alle bouw-automatismen uit de C3A14.MNU werden geassocieerd met layer-namen conform dit SfB- layer-afsprakenstelsel. Veel aandacht werd besteed aan technieken om deze layernamen variabel te houden, zodat iedere gebruiker volgens zijn eigen behoefte de automatisch gebruikte layernamen kan specifiëren.

Bij de bouw-commando's die op gekende layers tekenen (zoals muren, ramen, deuren, ...) kunnen via de settings niet enkel de diverse parameters (zoals muurdiktes, raam- en deur-dataillering) maar ook de layernamen aangepast worden. Iedere groep symbolen uit de C3A-BIBliotheek werd geassocieerd met een specifieke layer, zodat bij het invoegen van de blocks deze symbolen op de geassocieerde layer terecht komen. Doordat alle door C3A voorbereide blocks gecreëerd zijn met AutoCAD-entiteiten op de Layer 0 met Color en LineType "ByBlock" zijn onze C3A-symbolen effectief heel flexibel qua layer en kleurgebruik, en het C3A-menu zorgt ervoor dat de blocks toch op de default layer terechtkomen. Desgewenst kan de gebruiker bij de algemene instelling toch nog opteren om de symbolen op de current layer te laten invoegen.

Nieuw bij de laatste versie van C3ACAD14 is eveneens voorzien dat menu-items uit de bouw-flap waar (voorlopig) nog geen bouwcommando's voor voorzien zijn, toch voorstellen om een gepaste layer te creëren en current te maken.

Ook in de C3A-Userbib, bedoeld om iedere gebruiker toe te laten vlot zijn eigen symbolen te laten organiseren en beheren, is voorzien dat bij het invoegen dit symbool automatisch op een vooringestelde layer terechtkomt. Net zoals bij de andere elementen uit de bouw-flap, zal automatisch de gewenste layer gecreëerd worden in de tekening indien die nog niet zou bestaan. Natuurlijk worden hierbij ook alle layers waar eventuele elementen uit die block op gecreëerd werden, mee ingevoegd in de actieve tekening.

C3AVAR.lst
Alle layernamen kunnen we dus variabel voorinstellen. Deze settings worden bijgehouden in de C3AVAR-lijst, die telkens bij het openen van een tekening ook mee ingelezen wordt. In het C3A14 menu-systeem is namelijk een automatisme voorzien, dat bij het opstarten van een tekening de hulpfile C3AVAR.lst inleest en aldus alle voorinstellingen actief maakt.

Vanuit de C3A-Variabelen dialoogbox kan men gemakkelijk de gemaakte instellingen via de knop "SaveSet" globaal, per project of per tekening bewaren. Globaal worden alle variabelen in de C:\MODELLEN\ C3ACAD14\ C3AVAR.lst bewaard, terwijl "per project" een dergelijke C3AVAR.lst in de folder van de tekening zelf bewaard wordt.

Eventueel kunnen alle gewenste voorinstellingen qua layernamen, evenals alle andere settings, ook per tekening bewaard worden. Dan wordt een *.LST bestand aangemaakt met dezelfde naam als de betreffende tekening. Voor alle zekerheid is in deze dialoogbox ook een knop "ReInit" voorzien, die de standaard C3A-voorinstellingen opnieuw initialiseert.

Niettegenstaande alle vooringestelde layernamen flexibel aan te passen zijn, hopen wij natuurlijk dat zoveel mogelijk de binnen de C3A-Userclub vooringestelde layernamen gebruikt worden.
Aldus kunnen we er in de toekomst misschien op rekenen dat deze layerstructuur effectief een standaard wordt ...


LayerManager
Met onze C3ACAD r14.1 is een algemene "LayerManager" in ons menu geïntegreerd. Dit hulpmiddel is werkelijk fantastisch om diverse layer-instellingen te kunnen bewaren en actief in te stellen indien nodig. Met de gewone LayerTabel kunnen alle gewenste instellingen van de layers geregeld worden (On/Off, Thaw/Freese, Locked/Unlocked, kleur en lijntype per layer), waarna ze in de LayerManager onder een bepaalde naam kunnen bewaard worden. Via Restore kan daarna heel snel tussen de verschillende layer-settings gewisseld worden. De "Saved Layer Status" kan natuurlijk achteraf nog aangepast worden.

Deze verschillende Layer-toestanden worden als Extended Entity in de Drawing zelf bewaard. Aldus kunnen dergelijke instellingen ook heel eenvoudig in een Drawing Template voorbereid worden. Er is eveneens voorzien dat dergelijke voorinstellingen via Import en Export tussen tekeningen (met een gelijkaardige layerstructuur) kunnen uitgewisseld worden.

Layernaam-Conversies
Een belangrijk bijkomend instrument is de LayerConversie-techniek, waarmee vlot alle layernamen in een tekening kunnen geconverteerd worden naar andere namen. De figuur onderin toont de C3A-LayerManager, waarmee de gewenste layernamen kunnen ingesteld worden, en die toelaat om tussen layernaam-stelsels heen en weer te switchen. Natuurlijk dient de tekening volgens dezelfde principes opgebouwd te zijn.

Dit hulpmiddel kan eenvoudig vroeger gebruikte layernamen converteren naar de huidige naam-stryuctuur, af kan laten wisselen tussen bijv. Nederlandse en Franse layerbenamingen. Ondertussen zijn we ook voorbereid op het feit dat misschien ooit een of andere commissie of norm een bepaalde layernaam-structuur zou kunnen opleggen ...

De bewerking voor België van het SfB-klasseersysteem voor de bouwsector is gerealiseerd in de schoot van de Belgische SfB-cel aan de KUL onder leiding van dr.ir.arch. Frank De Troyer, en uitgegeven door de Regie der Gebouwen. Het boek "BB-SfB-tabellen 1990" is te verkrijgen op het volgend adres :

Verkoopkantoor voor bestekken
J. De Lalaingstraat 10, 1040 Brussel
tel. 02/286 48 50

door overschrijving van 500fr (vermelding "BB-SfB tabellen 1990" , Ned. of Frans)
op rekening nr 000-2005826-60.

C3A Whats New Top


©1999 CAAA vzw
Tramstraat 57
9052 Gent-Zwijnaarde, Belgium
Tel. 09 2202 101 - Fax 09 222 48 11
E-Mail CAAA vzw