C3ACAD-LayerAfsprakenstelsel 2004
Vanaf de eerste versies van AutoCAD waren layers een fundamenteel middel om de tekeninformatie te organiseren. Vooral indien meerdere personen aan dezelfde tekening moeten werken of indien tekeningen uitgewisseld worden tussen diverse disciplines in de bouw (bijv. tussen de bouwproductfabrikanten, architectontwerper, ingenieur en beheerder van het gebouw) blijkt een duidelijke afspraak betreffende de layerstructuur noodzakelijk te zijn.
Al jarenlang worden tussen de AEC Solution Centres (zoals CAAA vzw) afspraken gemaakt om de voorinstellingen hieromtrent op elkaar af te stemmen, uiteraard rekening houdend met de gedachtegang die zich wereldwijd hieromtrent aan het ontplooien is. En uiteraard zorgt vooral het gebruiksgemak, voorzien via allerlei ingebouwde automatismen, ervoor dat bijna alle C3A-Userclubleden deze standaard gemakkelijk kunnen toepassen.
ISO-norm en BB/SfB-codering als basis
Begin 2000 is de ISO 13567 norm verschenen, waarin een basiscodering voor de layerstructuur van bouwtekeningen voorgesteld wordt. De basis hiervan (waaronder de layernaam te beginnen met een code voor de verantwoordelijke partij, gevolgd door een bouwelementencodering en een grafiekcode) is ondertussen een duidelijke richtlijn die wereldwijd door steeds meer partijen gevolgd wordt. Het was wellicht geen toeval dat de C3A-richtlijnen en voorinstellingen al meer dan vijftien jaar alle C3A-Userclubleden vertrouwd gemaakt hebben met een werkmethode conform deze recent vastgelegde norm.
Voor het onderdeel van de bouwelementen passen we in onze C3A-Extensies al zo’n vijftien jaar het SfB-klasseersysteem toe. Het BB/SfB is de officiële versie voor België van dit internationaal erkende klasseersysteem SfB, dat specifiek gericht is op de bouwsector.
Gebruiksprincipes C3A layergebruik
Elke gebruiker dient voor zijn toepassing een aantal afspraken te maken over het gebruik van de code, onder andere met betrekking tot de graad van detaillering, de prioriteit van aspecten, en het voorbehouden van (nog) niet-gebruikte codes. Iedereen kan in functie van zijn behoeften te beslissen tot op welk niveau van detaillering hij gaat specifiëren. Er dient vooral een evenwicht gezocht te worden tussen de "precieze beschrijving" en "gebruiksgemak".
Om tot een goede layerorganisatie te komen werd een layerstructuur uitgewerkt conform enkele basisprincipes.

Figuur: de C3A-LayerStandard 2004
De discipline-voorletter is gekozen in functie van het algemeen gebruik van deze voorletters (zoals ook in Engeland en Nederland gebruikelijk is), waarbij bijv. de letter A voor Architectuur gebruikt wordt. Nieuw vanaf de release 2004 gebruiken wij twee letters voor de Discipline, zodat (indien gewenst) meerdere bouwpartners een unieke referentie kunnen krijgen. Indien deze tweede letter niet nodig is of niet gebruikt wordt, dan kan daar gewoon een koppelteken op die plaats ingevuld worden.
Bij de versie 2004 van de voorbereide C3A-layertabellen werd de bouwelementen-codering veel gedetailleerder uitgewerkt dan voorheen. Er werd in detail op toegezien dat de richtlijnen uit de ISO-norm én het BB/SfB klasseersysteem zo goed mogelijk gevolgd werd, en dat eenduidig tussen de Nederlandstalige en Franstalige benamingen kan gewisseld worden.

Figuur: de C3A-Bouw menu en de AEC Design Menu die alle bouwelementen vanzelf op de goede vooringestelde layers laten terechtkomen
C3A, AutoCAD en ADT Tools ter ondersteuning van deze standaard
Onze C3A-Extensies (via de C3A-Bouw menu) maakten het reeds vanaf AutoCAD versie 10 (eind ‘89!) mogelijk om allerhande objecten en symbolen vlot en automatisch in een tekening in te voegen op een vooringestelde laag en met een vooringestelde schaal.
Om uitwisseling met andere systemen niet te bemoeilijken en om de gegevens zo duidelijk en zo controleerbaar mogelijk te kunnen manipuleren zijn functies uitgewerkt voor de variabelen die de layerstructuur automatiseren. Allerlei mechanismen maken het mogelijk om per werkpost, per project of per tekening alle voorinstellingen te kunnen bepalen en bij te houden. Bij het inlezen van een tekening wordt bijv. steeds automatisch de C3AVAR.LST ingelezen door de menu. Deze file met variabelen wordt gezocht in het zoekpad van AutoCAD (dus eerst in de current directory) en daarna in de C3ACAD2004-folder. Indien een .LST-file met dezelfde naam als de Drawing-file bestaat, dan wordt die specifieke .LST-file ingelezen i.p.v. de C3AVAR.LST. Aldus kan iedereen per tekening, per project of voor zijn PC vooringestelde layernamen variabel toepassen.
In Architectural Desktop is een uitstekende Layer Manager voorzien. Deze Layer Manager voorziet in een Explorerachtige interface waarmee groepen lagen op dezelfde wijze als bestanden en mappen kunnen georganiseerd worden. Via deze Layer Manager twee balangrijke organisatietools beschikbaar: de Layer Standards en Layer Keys.
Layer Standards hebben drie basisfuncties:
Ze voorzien in een middel om lagen te maken, gebaseerd op een standaard: indien er een Layer Standard actief is, toont de ADT Layer Manager een sjabloon waarmee een nieuwe laag volgens de Layer Standard kan worden gemaakt.
Ze voorzien een basis voor het maken van een Layer Key Style (een Key kan worden gemaakt op basis van een Layer standard).
Ze kunnen worden gebruikt in filter type groups als een basis om lagen te sorteren en te selecteren.
De Layer Standard bepaalt dus hoe een laagnaam wordt samengesteld, terwijl de Layer Key ervoor zorgt dat alle AEC-Objecten automatisch op de juiste layer terecht komen.
Ieder door ADT gemaakt object wordt automatisch op juiste laag geplaatst indien de Layer Key Style actief ingesteld staat. De Layer Keys vertellen het programma op welke laag het object wordt geplaatst. Uiteraard heeft CAAA vzw op de C3A-LayerStandard gebaseerde, vooringestelde Layer Keys beschikbaar gemaakt (zowel Nederlandstalig als Franstalig). Iedereen kan eveneens eigen Layer Keys maken, om aan de behoeften van klant of bureau tegemoet te komen. Het concept achter de Layer Keys bestaat er in een ADT object (bijv. een deur) een alias zoals DOOR te geven, zodat het programma dan die alias naar een gepaste laagnaam (zoals A-30-_Schrijnwerk) met de correcte kleur en lijntype kan vertalen.

Figuur: de vooringestelde diciplines

Via de Layer Key Override kan gemakkelijk de discipline-letter (die in de Key Tabellen enkel met de voorletter “A-“ van Architectuur uitgewerkt zijn) vervangen worden door de discipline van de gebruiker.

Figuur: de vooringestelde C3A LayerStandard NL & FR in C3ADT2004
In de marge
Niettegenstaande we dus alles voorzien hebben om iedereen met om het even welke variabelen toch gestructureerd te laten werken, hopen we dat zoveel mogelijk C3A-Userclubleden zich houden aan de stilaan gevormde standaard, zoals die door CAAA vzw vooringesteld wordt. Eventuele opmerkingen, voorstellen tot wijzigingen en/of aanvullingen zijn van harte welkom, zodat deze eventueel kunnen doorgevoerd worden voor iedereen van de C3A-Userclub.
Deze Layerafspraken met alle bijhorende voorinstellingen vormen slechts een onderdeel van het globale C3A-CAD-Afsprakenstelsel. Aspecten zoals de te gebruiken eenheid, toegepaste lijntypes, tekststylen, kleurgebruik (relatie kleur / pendikte) en de naamgeving van de blocks en AEC-objecten zijn eveneens belangrijk !
|
|