Layer Management in Architectural Desktop
Vanaf de eerste versies van AutoCAD waren layers een fundamenteel middel om de tekeninformatie te organiseren. Indien meerdere personen aan dezelfde tekening moeten werken of indien tekeningen uitgewisseld worden tussen diverse disciplines in de bouw (bijv. tussen architekt-ontwerper, ingenieur en beheerder van het gebouw) blijkt een duidelijk afspraak omtrent de layerstructuur noodzakelijk te zijn. Al jarenlang worden tussen de AEC Solution Centres afspraken gemaakt om de voorinstellingen hieromtrent op elkaar af te stemmen, uiteraard rekening houdend met de gedachtegang die zich wereldwijd hieromtrent aan het ontplooien is.
De ADT Layer Manager
De hedendaagse tekeningen zijn geëvolueerd naar complexe laagsamenstellingen en hiërarchieën. De ADT Layer Manager is een gereedschap waarmee niet enkel de afzonderlijke lagen, maar ook lagengroepen kunnen beheerd worden. De Layer Manager voorziet eveneens in methodes om meervoudige schema's en hiërarchieën in een tekening te manipuleren.
Deze Layer Manager voorziet in een explorerachtige interface waarmee groepen lagen op dezelfde wijze als bestanden en mappen kunnen georganiseerd worden. Daar komt nog bij dat met de Layer Manager Layer Keys en Layer Standards kunnen beheerd worden, nog twee organisatietools voorzien in ADT2.
Layer Groups groeperen layers om ze gemeenschappelijk te kunnen bewerken. Layers kunnen in meer dan één groep tegelijk voorkomen, Groups kunnen verwijderd worden, zonder impact op de lagen in die groep, en het wijzigen van groep-laageigenschappen wijzigt alle lagen in de groep.

Figuur : de ADT LayerManager met de C3A-LayerStandaard
Layer Keys
Ieder door ADT gemaakt AEC-object wordt automatisch op een laag geplaatst. Layer keys vertellen het programma op welke laag het object wordt geplaatst. Er zijn diverse, op industrie standaarden gebaseerde, vooringestelde Layer Keys beschikbaar. Men kan eveneens eigen Layer Keys maken, om aan specifieke behoeften van klant of bureau tegemoet te komen.

Figuur : vooringestelde LayerKeys: layernamen met een AEC-Extensie
Het concept achter Layer Keys bestaat er in een ADT object een alias zoals DOOR te geven, zodat het programma dan die alias naar een gepaste laagnaam (zoals A30-_Deur_AEC) met de correcte kleur en lijntype kan vertalen. Dit systeem werkt identiek als de C3A-Layervariabelen die al vele jaren in de C3A-Extensies voorzien zijn.
Layer Standards
Layer Standards hebben drie basisfuncties:
Ze voorzien een basis voor het maken van een Layer Key Style: een Key kan gemakkelijk worden gemaakt op basis van een Layer standard ;
Ze voorzien in een middel om lagen te maken, gebaseerd op een standaard: indien er een Layer Standard actief is, toont de ADT Layer Manager een sjabloon waarmee een nieuwe laag volgens de Layer Standard kan worden gemaakt. ;
Ze kunnen worden gebruikt in filter type groups als een basis om lagen te sorteren.
Zoals de Layer Key een alias aan het te maken object meegeeft, zo bepaalt de Layer standard hoe een laagnaam is samengesteld.
Standaard worden met Architectural Desktop de AIA-Layerstandaard (American Institute of Architects) en de BS-Layerstandaard (Britisch Standard) meegeleverd, maar via de Point Localizer en de C3A-Extensies wordt ook een "Vlaamse LayerStandaard" meegeleverd, met alle vooringestelde LayerKeys waarbij alle AEC-objecten automatisch op de juiste layers terechtkomen.
C3A-LayerStandaard
Om tot een goede layerorganisatie te komen werd een layerstructuur uitgewerkt conform enkele internationaal gangbare basisprincipes. Na een discipline-voorletter volgen drie cijfers met verwijzing naar het bouwelement conform het SfB-klasseersysteem. Daarna volgt, gescheiden door een onderlijningsteken, een extra tekst ter verduidelijking van de codering.
Om de ADT-gebruiker een beter inzicht te geven in de opbouw van zijn AutoCAD-project werden een reeks layers voorzien met de extensie "AEC", die dan ook als Layer Keys ingesteld werden. Aldus herkent de gebruiker direct de layers waar de specifieke AEC-objecten zoals muren, ramen, deuren, trappen e.d. op terechtkomen.
Uiteraard heeft iedere gebruiker de vrijheid om voor zijn toepassing een aantal afspraken te maken over het gebruik van de code, onder andere met betrekking tot de graad van detaillering en de prioriteit van aspecten. Iedereen kan best in functie van zijn behoeften beslissen tot op welk niveau van detaillering hij gaat specifiëren. Er dient een evenwicht gezocht te worden tussen de "precieze beschrijving" en "gebruiksgemak".
In ADT is ook een nieuw systeem voorzien om de grafische voorstelling van een architectuurproject dynamisch aan te passen, namelijk via Display Configurations. Hiermee kunnen zelfs kijkrichting-afhankelijke voorstellingen van de AEC-objecten bekomen worden. Toch werden de AEC-Objecten zoals muren, ramen en deuren voorzien van de bijhorende layers, zodat de gebruikers met een voor hen vertrouwd systeem de grafische voorstelling kunnen bijregelen én zodat een bruikbare uitwisseling met gewone AutoCAD-gebruikers (ook nog r13/r14) mogelijk is.

Figuur : Layer-gebonden Display Properties van een spouwmuur
Om af te sluiten
Ondertussen gebruiken zo'n tweeduizend-vijfhonderd ontwerpers in de Vlaamse bouwsector dezelfde layer-structuur bij hun tekeningen, vooral omdat het hen via de C3A-Extensies gemakkelijk gemaakt werd om automatisch dit systeem te volgen. Met de nieuwe Architectural Desktop is dit layersysteem nog veel verder uitgewerkt én met de geoptimaliseerde layermanager flexibel bestuurbaar geworden. Dat daarbij soms onbewust door de gebruikers een gelijkaardige layerstructuur gebruikt wordt die stilaan wereldwijd een standaard aan het worden is, kan de uitwisseling van tekeningen in de bouwsector alleen maar ten goede komen !
In de marge
In deze nieuwe ADT zijn specifieke tools voorzien voor het LayerManagement, conform standaard afsprakenstelsels. Wereldwijd hebben AutoCAD systeemhuizen layerstructuren zó vooringesteld dat complexe bouwprojecten toch heel overzichtelijk kunnen bewerkt worden en optimaal uitwisselbaar zijn tussen de diverse bouwpartners die samen aan hetzelfde project werken.
Zo heeft CAAA vzw de invulling hiervan verzorgd voor de "POINT-Localizer", de gegroepeerde lokale invulling van ADT voor de Benelux en de Noorse landen (zie volgend artikel).
Via de POINT Localizer worden deze CAD-layerafspraken niet enkel door C3A in Vlaanderen verspreid. Ook alle andere AutoCAD Dealers in België die de POINT-localizer aanvullend aan ADT aanbieden dragen bij tot het standaardiseren van deze layerafspraken.
|
|